
Onze vorige bijdrage (bestemming kerkelijke bijdrage) eindigde met de opmerking dat het College sterk heeft moeten snijden in het eigen bestand van betaalde medewerkers. Daarnaast moeten we driftig op zoek gaan naar mogelijkheden om de overige kerkelijke uitgaven meer in lijn te brengen met de inkomsten. Want op grond van demografische ontwikkelingen lijken die in de nabije toekomst niet met elkaar in overeenstemming te komen.
Het afscheid nemen van mensen en afstoten van kerkgebouwen is een actie die je liever zo lang mogelijk uitstelt, en dat geldt nog sterker voor het verminderen van de pastorale zorg. Toch is dat precies datgene waarmee het College van kerkrentmeesters zich noodgedwongen moet bezighouden en waarover hij de Algemene Kerkenraad moet informeren.
Aan de ene kant staan de vrijwillige bijdragen: uw inzet in geld aan de kerk. Er lijkt zich, en dat is hoopgevend, een kentering af te tekenen in het aantal leden dat wil bijdragen aan de kosten van het kerk-zijn. Maar dat houdt niet direct in dat de bijdragen als geheel een stijgende lijn vertonen. Je hoeft maar om je heen te kijken en je ziet voorbeelden die er de oorzaak van zijn dat wij als kerk al blij mogen zijn dat de inkomsten uit vrijwillige bijdragen niet dalen, maar gelijk blijven. Toch vinden wij (Algemene Kerkenraad en College) dat we u er op mogen wijzen dat uw bijdrage voor de kerk de basis is om voluit verantwoord bezig te zijn. Eigenlijk zou het wel mooi zijn als we aan het eind van dit jaar zouden kunnen vaststellen dat wij er wat betreft de inkomsten uit vrijwillige bijdragen helemaal naast zaten en moeten rapporteren: de bijdragen zijn niet gedaald, maar hoger dan vorig jaar....
Dit gezegd hebbende kunnen we inderdaad niet om de huidige feiten heen. Het afstoten van kerkgebouwen leidt wel tot besparingen, maar lijkt onvoldoende voor het doel dat de Algemene Kerkenraad ons heeft meegegeven: we accepteren een fors tekort op de kosten van de directe kerkelijke activiteiten omdat we over een stevig vermogen beschikken dat ook inkomsten oplevert (huren uit beleggingspanden en inkomsten uit rente/dividenden van effecten en spaarrekeningen). Die vermogensinkomsten vallen namelijk tegen. De hoogte van de rente die ook wij als kerk ontvangen is op dit moment niet erg hoog. Als er op de middellange termijn niets verandert zouden die inkomsten zomaar met de helft kunnen afnemen. En die daling komt bovenop de daling van de vrijwillige bijdragen.
Dit beeld van de dubbele daling houdt ons bezig. Want dat is op dit moment het resultaat van onze financiële meerjarenraming. Dat hebben wij ook in de stukken over de begroting 2011 uiteengezet. Als u deze bijdrage leest, is die begroting in de Algemene Kerkenraad besproken. We gaan hier nader op in ter gelegenheid van kerkbalans 2011.
U kunt meehelpen dat beeld te kantelen. Daar hopen we eigenlijk een beetje op. Niet op de stijgende inkomsten uit beleggingen, daarvoor zijn we teveel afhankelijk van externe, economische ontwikkelingen. Wel op een signaal dat wij als College niet zo negatief hoeven te denken over uw inzet: de hoogte van de vrijwillige bijdrage, zodat we straks zouden kunnen vaststellen dat we er in onze meerjarenraming echt naast zitten en dat we dat stukje huiswerk opnieuw vorm moeten geven.
Jan W. Bossenbroek, voorzitter
Hans van Strien, penningmeester
