
In de toelichting op de jaarrekening 2009 heeft u kunnen lezen dat het College u met regelmaat wil bijpraten over het financiële reilen en zeilen van onze kerkgemeenschap.
Deze keer gaat het over uw vrijwillige bijdrage en wat daarmee wordt gedaan.
Uw bijdrage, de vrijwillige kerkelijke bijdrage en de opbrengsten uit collecten, samen met de opbrengsten uit de verhuur van kerkelijke gebouwen, wordt gebruikt om de kerkelijke activiteiten te betalen. Denk daarbij om te beginnen aan de pastorale zorg en de kerkelijke samenkomsten. Om die laatste te kunnen houden zijn gebouwen nodig, kosters en organisten. Om dit alles in goede financiële banen te leiden is er een kerkelijk bureau. Daar worden uw toezeggingen en betalingen verwerkt en wordt de (leden) administratie bijgehouden.
In de ideale situatie zijn bovengenoemde inkomsten voldoende om dit alles te kunnen betalen. Uit de jaarrekening heeft u kunnen afleiden dat die ideale situatie al een aantal jaren niet bestaat. In 2009 kwamen we bijna 0,4 miljoen tekort. Door de Algemene Kerkenraad zijn processen aangestuurd moeten leiden tot een beperkt tekort. Opbrengsten uit beleggingen mogen van de A.K. voor een deel worden aangewend om het tekort te dekken. Eén van de ontwikkelingen die volgens het College aandacht nodig heeft is die van de omvang van de kerkelijke bijdragen, uw bijdragen. In totaliteit bezien lopen die terug, al een aantal jaren. Dit komt omdat het aantal bijdragende leden daalt, door overlijden en door vertrek. Steeds minder mensen moeten de kerkelijke activiteiten meehelpen te financieren. Je zou kunnen zeggen dat dan de bijdrage per persoon gewoon wat omhoog moet om weer dezelfde omvang van de bijdragen uit te komen. Dat is wat gemakkelijk gezegd: we zien om ons heen dat alles wat minder gaat, daar kan ook de kerk niet omheen. We zouden ook kunnen proberen het aantal bijdragen leden omhoog te krijgen: het draagvlak te verbreden. Daar hebben we de wijkkerkenraden bij nodig, want die kennen de feiten binnen de eigen wijk.
De aard van de kerkelijke activiteiten mag niet verminderen. De omvang daarvan (denk aan een zo efficiënt mogelijk werkend kerkelijk bureau, een voldoend aantal kerkgebouwen) zullen we moeten aanpassen aan de dalende inkomsten uit bijdragen. Als we daar alles aan hebben gedaan en er is nog steeds sprake van een niet-aanvaardbaar tekort, dan zouden we ook naar de omvang van de pastorale zorg moeten gaan kijken. In die volgorde! Daar zijn zowel de Algemene Kerkenraad als uw College mee bezig. Dat proces is niet eenvoudig. We staan soms voor moeilijke keuzes, maar de opdracht staat.
Zoals al aangegeven worden we financieel bezien wat geholpen omdat de kerk in het verleden een eigen vermogen heeft kunnen opbouwen. Dat vermogen ontstond enerzijds door erfenissen en legaten en anderzijds door de opbrengsten uit onroerend goed. Dat vermogen leverde in 2009 ruim 0,3 miljoen aan directe inkomsten (huren, rente en dividenden) op. Tijdens de gemeentevergadering werden wij er terecht op gewezen dat wij vooral moeten kijken naar het resultaat uit de kerkelijke activiteiten. Uw college is het daar hartgrondig mee eens. Niettemin stelt dat vermogen ons in staat om op een rustige manier die ombuigingen te bereiken die we nodig achten.
Intussen: mocht u uw toezegging voor 2009 nog niet hebben teruggestuurd, dan stelt het College het zeer op prijs als u dat wel doet. Dan kunnen wij een goede inschatting maken van de bijdrage die we over 2010 van u mogen verwachten.
Namens het College van Kerkrentmeesters
Jan Bossenbroek (voorzitter) en
Hans van Strien (penningmeester)
