
Lezing gehouden te Amsterdam op 24 september 2009 voor de Classicale Vergadering Amsterdam,
door dr. A.J. Plaisier, scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland.
De uitnodiging om hier te spreken over kerk in de grote stad heb ik met de nodige reserve in ontvangst genomen. U moet mij maar bijpraten, en ik hoop dat dit ook gebeurt, u bent kerk in de stad, weet waar de mogelijkheden liggen, weet wat de moeiten zijn, weet waar de uitdagingen liggen, weet ook waarin de vreugde ligt.
Toch heeft uw uitnodiging mij wel geprikkeld om over dit alles na te denken. Ik wil daarom graag een paar overwegingen met u delen en hoop dan in het gesprek met u meer te horen.
Religie weg uit de stad?
Ik heb uit mijn boekenkast een inmiddels al weer oud boek gehaald van Harvey Cox, religie in de stad van de mens. Het is al weer 25 jaar geleden verschenen, dus de actualiteitswaarde zal intussen wel gedaald zijn, maar ik haal het toch op omdat het boek een omslag betekende in veel gangbare theorievorming over de toekomst van religie. In zijn eerdere boek van 1964, de stad van de mens, had Cox namelijk beweerd dat het met religie gedaan was in de moderne samenleving. Daarin stond hij niet alleen. De secularisatiethese, die ervan uitging dat in hoogontwikkelde samenlevingen de religie vanzelf af zou sterven, had de wind in de zeilen. Daarbij ging men ervan uit dat het model van de Westerse samenleving uiteindelijk andere beschavingen zou overvleugelen zodat ook in de zogenaamde Derde Wereld in de slipstream van modernisering ook de religie wel het loodje zou leggen. De achtergrond hiervan was natuurlijk ook, dat religie een achterhaald en dus ook achterlijk
verschijnsel was, waar in de stad van de mens geen behoefte meer aan was.
Het heeft tot 9/11 2001 geduurd alvorens ook in bredere lagen van de intelligentsia van het Westen de onaantastbaarheid van deze these wat van zijn glamour begon te verliezen. Onlangs heeft Charles Taylor in zijn boek A Secular Age duidelijk gemaakt dat deze these ook helemaal niet klopt met de ontwikkeling in de Westerse wereld. Zeker, er is sprake van een voortgaande secularisering in het Westen. Die beweging heeft zich al vroeg ingezet. De eerste sporen ervan zijn in de hoge Middeleeuwen zichtbaar. Met name vanaf de 17e eeuw is er in de kringen van de intelligentsia sprake van. Vanaf de 18e eeuw krijgt dat meer volume. Misschien is de brede secularisering een relatief
recent verschijnsel. Sommigen zien de 19e eeuw (vgl. Owen Chadwick, The secularisation of the European Mind in the 19th century), anderen zelfs pas de tweede helft van de 20e eeuw als de periode waarin de secularisering van mens en samenleving breed om zich heen heeft gegrepen. Voor wat betreft de Nederlandse samenleving valt daar veel voor te zeggen. Met name vanaf de jaren 60 is secularisering als ontkerkelijking snel gegaan. Een halve eeuw secularisering. En is intussen de tegenbeweging ingezet?
Ik wil er ook op wijzen dat het beeld van een gestage teruggang van de religie over enkele eeuwen niet klopt. Er is zelfs menigmaal sprake geweest van een intensivering van religieus en kerkelijk leven.
De grote opwekkingsbewegingen in Amerika en Engeland, het Reveil in Nederland, dat ook in Amsterdam een grote rol heeft gespeeld, maar ook de mobilisering van gelovigen zoals dat ten onzen door Kuyper c.s. is bewerkt, wijzen een andere kant op. Eerder kan gesproken worden van een doorgaande golfbeweging. Ook kan niet gezegd worden dat de ontkerkelijking in een rechte lijn is verlopen. Medio 20e eeuw gingen er gemiddeld meer mensen naar de kerk dan medio 19e eeuw.
Secularisering
Ik zeg dit niet om de impact van de secularisatie te bagatelliseren. Die heeft de laatste halve eeuw hard toegeslagen; vooral in de steden en u kunt daarover meepraten. Amsterdam is daar zeer sterk door getroffen. Juist in Amsterdam heeft het kerkelijk leven gebloeid. Men leze maar het vijfdelige Ook dat was Amsterdam van dr. Evenhuis. Wie nu kijkt welk percentage van de Amsterdammers lid is van een van de kerken die in de tijden van Everhuis recht overeind stonden, kan niet anders dan slikken.
Er is een enorme kaalslag geweest, veel kerken zijn gesloten en/of gesloopt en er staan er nog genoeg op de nominatie. Ik heb ook niet de illusie dat het einde hiervan in zicht is. Traditionele kerken hebben het zwaar. Er is een voortgaande ontkerkelijking. Dat heeft te maken met vele factoren. Het heeft te maken met een heersend klimaat dat religie achterhaald is en zeker geopenbaarde religie is weerlegd. Het heeft te maken met een leven in het horizontale vlak: de stad voldoet aan alle behoeften die er maar zijn. Voor de vervulling van eventuele noden wordt niet de kant van de kerk uitgekeken, die het imago heeft een club van mensen te zijn voor het eigen volk. Het heeft dus ook te
maken met een mate van welvaart en de mentaliteit van self-supporting te zijn. Dat werkt individualisme in de hand, en doet gemeenschappen, waaronder die van de kerk, afbrokkelen. Ik zie het einde van deze elementen nog niet gekomen.
Dat is, zoals gezegd, niet het enige beeld dat, als het om het heden gaat, te zeggen valt. Harvey Cox stond versteld over de terugkeer van de religie in de stad. Voor velen was er rond het neerstorten van een Boeing op de Bijlmer een openbaring dat er hier kerkelijk leven bloeide, en dat vele Surinamers de verwerking van deze ramp in hun geloof zochten. Vandaag zijn er vele migrantengemeenten in Amsterdam, die vitaliteit uitstralen. Men kan hier schamper over doen, het gaat om immigranten, en als ze goed geïntegreerd zijn, zal het wel snel gebeurd zijn - de secularisatiethese is nu eenmaal taai.
Maar dit is eerder wensdenken, dan dat het op realiteit is gebaseerd. Het bijzondere van deze migrantenkerken is, dat ze ook een sociale functie vervullen. Het zijn leefgemeenschappen, die iets zichtbaar maken van de oorspronkelijke betekenis van de kerkelijke gemeenschap.
Ik wil met enkele kenmerken aangeven wat de stad heeft aan potentieel voor kerkelijk leven, waarbij de vraag vervolgens gesteld moet worden over welke vorm van kerkelijk leven we dan praten.
Enkele kenmerken van de stad en de kansen voor de kerk
Smeltkroes
Vooropgesteld: de stad is vaak centrum geweest van religieus leven. Dat is niet vreemd, want het is de plaats waar mensen in elkaars nabijheid zijn, de plaats van communicatie, uitwisseling, rijkdom van leven door de nabijheid van plaats, en juist in de steden heeft het christelijk geloof gebloeid. Ik weet wel dat we nu in een andere tijd leven, ik sprak al over de secularisering van het leven. Dat is vooral een stedelijk verschijnsel geweest. De rijkdom van de stad kan ook de verleiding zijn. De verleiding van 'het rijk en verrijkt en aan geen ding gebrek'. Er valt te halen wat mijn hart begeert. Ik kan aan mijn trekken komen. De betrekkelijke begrensdheid van het leven buiten de stad valt hier weg. Het kan dan ook gemakkelijk de plek zijn die door haar volte de transcendentie kwijtraakt. Materiële, culturele goederen nemen de plaats in. Hedonisme en culturele hoogmoed liggen op de loer. In elke stad is Babel in de buurt: het trefpunt wordt plaats van zelfverwerkelijking en met de torens die de skyline bepalen valt tegelijk de hemel weg.
Maar er is geen enkele reden om het platteland te verheerlijken boven de stad of de kansen van de kerk op het platteland in zijn algemeenheid hoger aan te slaan dan in de stad. De stad is een trefpunt, waar veel verworvenheden bij elkaar komen. Het evangelie is bedoeld voor communicatie. Het nieuwe Jeruzalem is de plaats waar de koningen eens hun rijkdom zullen inbrengen. Welke koningen wonen er nu al in de stad? En mogen we niet hopen dat er voor de kerk en het evangelie dan ook kansen liggen? Dat er creatieve geesten zullen zijn, die voortrekkers kunnen zijn in de communicatie van het evangelie? Dat er kruisbestuivingen zullen zijn tussen volgelingen van Jezus? De kerk is ook een
smeltkroes, en juist in de smeltkroes worden nieuwe dingen geboren. Ik denk dat dit alleen kan als er ook echt kruisbestuiving zal plaatsvinden. De Protestantse Kerk heeft echt impulsen nodig, en die doen zich voor. Zelfgenoegzame protestantse gemeenten die alleen een gewoonte voortzetten, zullen
geen lang leven beschoren zijn.
Eén van de impulsen gaat uit van migrantenkerken. Dat Nederland multicultureel is, weet Amsterdam al lang. De kerk van de stad is het ook. De beweging van de wederkerigheid is al in volle gang. Vandaag is het geen vaag gepraat meer als we zeggen dat ook wij leven van christelijke intuïties die uit het Zuiden komen. De Geest schrijft wonderlijke wegen in de tijd. Waar wij zon beetje aan het doodbloeden waren in onze correcte Nederlandse theologie en kerk, komt er nu een impuls van jonge
christenen die hun geloof beleven op een manier die ons misschien wel doet schrikken, maar dat kan ook een heilzame schrik zijn. Ik verheerlijk niet alles wat er van migrantenkerken komt. Maar als wij er niet diepgaand door worden aangestoken, geven we blijk van een verharde vorm van neokolonialisme, wat alleen onze ondergang betekent.
Het valt niet te ontkennen dat veel migrantenkerken in de Pinkstertraditie staan. Daar kunnen we onze vragen bij hebben. Dat geldt ook voor andere kerken die hier naar toe komen waaien. We vermoeden dat er het een en ander aan sheepsteeling zal plaatsvinden. Daar kunnen we over mopperen. Mij lijkt dat het ook de aanleiding kan zijn ons eigen kerkzijn kritisch te bekijken.
Indivivualisme en gemeenschapsvormen
De stad is een plaats waar mensen kunnen uitgroeien tot sterke individuen. Los van dorpse zeden zul je zelf moeten ontwikkelen. Er zijn vrijheden in de stad, die kunnen helpen om tot een eigenheid, authenticiteit en originaliteit uit te groeien die in meer statische omgevingen minder voor zullen komen.
Het is echter ook een plaats waar de grenzen van de individualisering duidelijk worden. De samenhang kan juist in de stad verloren gaan. Door de toegenomen welvaart is de stad ook de plaats om selfsupporting te zijn. Er is veel anonimiteit die tot isolement en vereenzaming en een verarmd sociaal leven leiden. De mens wordt op zichzelf teruggeworpen in een jungle waarin hij of zij moet overleven. Het ik kan zich wel afschermen tegen een hoop ellende, maar het is ook maar een klein, kaal ik. De kerk is een gemeenschap die mensen in een wijder en hopelijk bezielder verband kan plaatsen. Ik ben niet zo erg vurig enthousiast voor alleen maar spiritualiteit. Natuurlijk, geloof is ook spiritualiteit, is geestelijk leven, maar christelijk geloof is wezenlijk ook gemeenschapsleven. Christen zijn, is ingelijfd worden in het lichaam van Christus. Daar horen allerlei vormen bij, er zijn allerlei mogelijke afstanden van meer en mindere nabijheid, maar individualistisch is het christelijk geloof niet.
En bij alle vrijheid in de Geest, is er ook regel, binding en discipline.
Ik denk dat er ook kansen zijn - om in die termen te spreken - voor de kerk. De gestalte van de kerk is niet voor alle tijden en eeuwen dezelfde. Een harde kern van kerkzijn is echter wel gemeenschap. Geen gemeenschap als doel in zichzelf. Daar geloof ik niet zo in. Lekker gezellig met elkaar, dat kan ook in de sociëteit. Het gaat om een gemeenschap in Jezus naam. Maar in Jezus naam komen de twee of drie samen, en dat groeit meestal wel uit tot meer. Trouwens, ook de kleine kern van twee of drie is gemeente en gemeenschap al wordt het wat eng als ze op zichzelf willen blijven. Ik verwacht dat de kerk als gemeenschap in de grote stad opnieuw uitgevonden wordt en juist dit kan tot vernieuwing van de kerk leiden. Waar in eenvoud het brood gebroken wordt, liefde en leed gedeeld wordt, en dat in Jezus naam, daar gebeuren ook wonderen. Het gaat misschien om kleinere cellen,
van mensen die een binding aangaan, en verplichtingen op zich nemen. Die zullen wat van huisgemeenten kunnen hebben. Ze zullen wat dichter aanschuren tegen de convenant-achtige
kerken. Maar ze kunnen de vorm zijn waarin het christelijk geloof in de stad overleeft en revitaliseert.
Netwerken
Ik wil nog even doorborduren op dit thema gemeenschap. Want enerzijds is het waar dat we te maken hebben met individualisme, en dan is gemeenschap natuurlijk een antwoord, anderzijds moeten we ons realiseren dat we met ons individualisme ook in een netwerksamenleving zitten. Netwerken zijn sociaal, eerder dan geografisch, ze zijn informeel, en qua organisatie plat, en wat binding betreft los. Ze zijn mijns inziens geen vervanging van de verdergaande gemeenschapsvorm die ik eerder beschreef, maar ze kunnen zich er wel omheen vormen. Leiderschap in een netwerk gebeurt op basis van netwerken (als werkwoord): het kennen van de juiste mensen, hun vertrouwen winnen en in staat
zijn hen te beïnvloeden. Daarnaast speelt deskundigheid een belangrijke rol. Zeker onder een bepaalde doelgroep van hoger opgeleiden zal deze vorm kansen bieden. Wellicht, zoals in de Zuid-As gaat het om bijeenkomsten met concrete doelen. Maar ze zijn niet minder waardevol en het kunnen geleidende netwerken zijn als het gaat om de communicatie van het evangelie.
Zoals gezegd: de kleine kernen, de cellen, en de netwerken, zullen niet de enige vormen zijn. Ik denk dat er ook een aantal grote kerken moeten zijn, met structuur, met sacramenteel leven, met duidelijke uitstraling, die ook voldoende massa heeft. Daar mag ook gerust bewust in geïnvesteerd worden.
Misschien is de tijd van de preektijgers voorbij, maar er zijn gaven in de kerk en onder de dominees en we mogen geloven dat die er ook in deze tijd zijn, voorgangers met de gaven van het woord.
De last van het verleden voorbij
De stad is voorhoede. Je bent nu niet bij de voorhoede, wanneer je tot de frustratiegeneratie behoort. Ik zie dat je niet automatisch tot de voorhoede behoort, wanneer je in de stad woont. Velen hebben nog steeds een negatieve verhouding tot het eigen christelijke verleden. Velen leven met een vorm van negatief christen-zijn. Het is vooral duidelijk wat het allemaal niet moet zijn, maar wat het wel moet zijn, is minder duidelijk. Voorhoede is niet bezig zijn met vervaging. Voorhoede is juist over de vastgelopen traditie én de frustratie heen, weer aansluiting vinden bij de levende kern van het christelijk geloof en de Geest van de levende Heer. Het evangelie is verrassend nieuw, steeds weer.
Christus is een levende werkelijkheid, steeds weer opnieuw. Daarom kan er een nieuwe onbevangenheid zijn om dit evangelie te leven, te begrijpen en te verwoorden. Er zullen mensen zijn, die helemaal geen verleden met zich meedragen. Niet dat dit in alle opzichten een voordeel is. Als alle
referenties zijn verdwenen, wordt communicatie ook niet zo eenvoudig. Paulus kon bij de joden refereren aan de traditie van zijn volksgenoten en bij de Grieken aan hun goden en hun dichters. Toch zullen er referenties blijven, en wie met de vuurstenen maar hard genoeg tegen de rotsen slaat, ziet er wel vuur uit tevoorschijn springen. En juist als er geen belast verleden is, kunnen er ook nieuwe openingen zijn, dat mensen gewoon onbevangen vragen wat geloven is, wat het betekent om een gelovig mens te zijn, wat het evangelie nu eigenlijk wil zeggen.
De stad is meervoudigheid
De stad is meervoud, is pluriformiteit. De smeltkroes maakt niet alles gelijk. De pluriformiteit is ook een legitiem aspect van het christelijk geloof. Dat past zich aan en groeit uit tot veelvormigheid. Dat moet niet worden onderdrukt. Ik geloof zeker in een binding aan een wijk en een betrokkenheid op de wijk, maar ik geloof niet dat we de territoriale gemeente heilig moeten verklaren. Er zijn ook profielen nodig. Sterke profielen. Die moeten niet afgemeten worden naar de maatstaven van correcte praktische
theologen. Heeft Amsterdam al voldoende van deze krachtige profielen? Pluriform is echter niet: voor elk wat wils. Het gaat niet om behoeftebevrediging, maar om het gestalte geven aan de rijkdom die de christelijke traditie nu eenmaal biedt. Pluriformiteit werkt alleen als de verschillende vormen van geloofsbeleving heldere gestalten zijn van een bepaalde identiteit, waarbij bovendien goed wordt aangegeven in welke verhouding die staat tot de christelijke traditie in zijn geheel.
De waaier van Amsterdam langsgaande, zie ik niet een overdreven mate van profilering. Dat kan betekenen dat er een redelijke eenheid is, een redelijke eenstemmigheid als het gaat om ons type kerkzijn. Dan moet wel de vraag gesteld worden of we daarmee een aanbod hebben, dat toegesneden is op de vraag, de verlangens van mensen of: of we een missionair profiel hebben dat echt betrokken is op de stad en de mensen die er wonen.
De stad is de plek waar de sociale ellende op de straat ligt
De stad is natuurlijk ook een jungle, een plaats van dak- en thuislozen, een plaats waar mensen diep
in de ellende kunnen geraken, een plaats van onveiligheid en onvrede, van segregatie, overlast, etc. Kortom, al die beelden die sommigen uitsluitend bij de stad hebben. Er zijn heel wat mensen, ook christenen, die om die reden de stad verlaten en betere woonomgevingen kiezen. Ik heb de afgelopen tijd regelmatig oproepen gehoord van dominees en anderen uit roeping voor de stad te kiezen of uit diezelfde roeping er te blijven wonen. Ik begrijp dat er christenen zijn die hiervoor kiezen.
De stedelijke ellende raakt het hart van de christelijke gemeente op een speciale manier. Op dit vlak gebeurt veel, en er zullen steeds weer nieuwe wegen gezocht worden een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid van de stad en de opvang van hen die geen helper hebben. Vaak zal dat de druppel op
de gloeiende plaat zijn, maar die is daarom niet minder waard.
De stad is multireligieus
De grote steden zijn multireligieus. De grote religies treffen elkaar in de stad. In de stad wemelt het van religies, spirituele bewegingen, etc. De kerk neemt haar plaats in dit geheel in. Open en constructief samenwerkend met allen van goede willen, ook met vertegenwoordigers van andere religies, om het welzijn van de stad. Waar mogelijk in dialoog: dat zal vooral in persoonlijke contacten het geval zijn. Het is van belang leden van de kerk daarin toe te rusten. Met respect voor andersgelovigen en hun godsdienst en in de bereidheid zelf ook verantwoording van het geloof af te leggen. Zonder enige dwang of druk, uitnodigend naar anderen, immers de kerkelijke gemeenschap
staat open voor allen en de Heer die er wordt aangeroepen is Heer voor allen.
Ten slotte
Kerk en de stad, het is een spannend thema. We kunnen niet te ver in de toekomst kijken. We moeten vaak ook gewoon van de belofte leven, in het gevoel wel eens te zweven boven de afgrond. God zal zijn gemeente niet verlaten. Hoe zijn weg met de kerk zal zijn, kunnen we niet weten. We moeten niet denken dat wij met een truc de zaak weer in het gareel brengen. Grote woorden sterven snel weg. De idee dat we met een strategie de kerk weer midden in het leven toveren, moeten we maar loslaten.
Intussen gebeuren er wonderen, die we niet bevroeden. Elke dag is er ruimte voor Gods wonderen. In dat geloof willen we kerk zijn, ook in Amsterdam.
Arjan Plaisier
Amersfoort/Amsterdam 24 september 2009

dr. A.J. Plaisier